October 25, 2020

Een jaar na Chili’s oktoberrevolutie: ‘De hele samenleving keert zich tegen de regering’

Wat gebeurt er als je repo net klaar is als corona doorbreekt? 7 maanden in de frigo, maar hier is ze: mijn reportage voor MO* over hoe het Chileense platteland naar de sociale onrust kijkt.

Een jaar na Chili’s oktoberrevolutie: ‘De hele samenleving keert zich tegen de regering’

De coronacrisis mag de protesten in Chili in de kiem gesmoord hebben, onderhuids smeult het wantrouwen tegen de Chileense regering nog steeds. Net voor de pandemie reisden we door het Chileense platteland. Daar ontmoetten we Rafael, Pablito, Katherine, Luciano, Andrés (het allerliefste kindje ooit), Matías en Carolina.

David tegen Goliath in de wijngaard

Yo ser campesino. Ik houd ervan om boer te zijn. Dat staat te lezen op de pick-up van Rafael Patricio Espinoza Inostroza. Daarin neemt hij me mee van het provinciestadje Curicó naar zijn geboortedorp Sagrada Familia, een gehucht tussen de wijnranken in hartje Chili. ‘Ik ben nochtans opgeleid als mechanieker, eerder toevallig boer geworden’, vertelt Don Rafael honderduit als we ons een weg banen langs wijnranken en appelplantages. ‘Die sticker op mijn auto vertelt de waarheid. Er is geen betere stiel dan de landbouw. Al krijgen wij boeren het in Chili serieus hard te verduren.’

‘Kleine boeren zoals wij hebben het moeilijk. Zo is het weinig verbazend dat er in Chili zoveel sociale onrust is.’ Dat zegt boer Juan Pablo (‘zeg maar Pablito’) Alvarado Quijada. Naar zijn wijngaard heeft Don Rafael mij gevoerd.

Tijdens een wandeling op het erf spreekt Pablito vol trots over zijn druiven – ‘daar, Cabernet Sauvignon!’ – en vol liefde over zijn familiaire band met Don Rafael, die aan het hoofd staat van de boerenassociatie – ‘een soort coöperatieve, al heeft dat woord een negatieve bijklank in Chili’ – waartoe boer Pablito behoort. ‘Zo kunnen we ons verenigen als kleine boeren’, zegt die daarover. ‘Anders komen we er gewoonweg niet.’

Als we terugwandelen naar de pick-up van presidente Don Rafael, slaat Pablito’s toon om. Hij vertelt dat hij de wijngaard overgenomen heeft van zijn vader, na diens plots overlijden. Als oudste zoon voelde hij zich daartoe verplicht. Hij vindt het een fijne stiel, dat zeker. Maar meteen maakt hij duidelijk dat er veel uitdagingen mee gepaard gaan. ‘Oneerlijke concurrentie en ongelijkheid, om twee voorbeelden te noemen.’

Niet dom te houden

‘Plots liet de politie een traangasbom tot ontploffing komen. Op een plein vol spelende, doodsbange kinderen. Kan je je dat inbeelden? Zou zoiets kunnen in België?’ Katherine Figueroa vertelt over het moment waarop haar dorp, het centraalgelegen Quilpué, eind vorig jaar in estado de guerra ging, zoals dat heet in het Spaans. ‘Na 18 uur mochten we het huis niet meer uit. Protesten werden verboden, scholen gesloten.’

Ik ontmoet Katherine, haar man Luciano Novoa en hun guitige, schijnbaar onbevreesde kinderen van 12 en 8, Andrés en Matías, enkele maanden nadien. Aan het einde van hun zomervakantie, net voor corona heel Zuid-Amerika in quarantaine dwong, is het gezin op reis door Patagonië. Andrés vertelt honderduit over zijn daguitstap terwijl hij al smakkend een appelsien naar binnen speelt, maar de blik van Katherine blijft ernstig. Het is vooral Luciano die hoopvol klinkt als hij de heropening van de scholen schetst.

‘Het gewone lesprogramma werd geschrapt, buiten de wil van de minister van Onderwijs om’, vertelt Luciano. ‘Geen wiskunde meer, geen taal. In de plaats daarvan namen leerkrachten hun tijd om aan onze kinderen uit te leggen wat er juist aan het gebeuren is, en waarom. President Piñera wil dat mensen niet weten waarom er zoveel protest is. Maar wij weten het wel. Onze kinderen weten het wel. Dit systeem is onhoudbaar. Als wij onze twee kinderen naar de universiteit willen sturen, moeten wij per kind per schooljaar een jaar salaris ophoesten. Reken maar eens uit.’

‘Wij hebben nog geluk’, zegt Katherine. Zij werkt als verkoopster, Luciano is informaticus. ‘De meeste Chilenen kunnen zich een reis in eigen land, zoals wij die nu maken, niet veroorloven. Patagonië is duur. De prijzen zijn zoals in Europa, maar onze salarissen liggen gemakkelijk de helft lager. Dat systeem veroordeelt veel mensen tot blijven waar ze zijn. Ze zullen nooit iets anders kennen dan hun eigen dorp. Ook op die manier houdt deze regering mensen dom.’

Iedereen arm

Op het platteland van Patagonië, zo’n tien uur rijden van waar het gezin Novoa-Figueroa rondreisde, woont de gepensioneerde Carolina Márquez. Ze heeft halflange haren, gedeeltelijk blond, gedeeltelijk grijs, en biedt thee, brood en avocado aan als vieruurtje. Carolina is afkomstig van het weinig aantrekkelijke havendorpje Puerto Cisnes en besliste om terug te keren naar haar geboortegrond, na een carrière als ambtenaar in Santiago. ‘Met mijn loontje kon ik een huis kopen in Cisnes. Daar ben ik dankbaar om. Dit blijft mijn thuis.’

‘Thuis’ is het leven nochtans niet gemakkelijk. Carolina herhaalt wat Katherine zei over de prijzen in Patagonië. ‘Alles is hier duur. Veel duurder dan in de hoofdstad. Eten, benzine, elektriciteit … Reken maar het dubbele van de prijs die je elders ziet. Ik mag nog van geluk spreken’, zegt Carolina, met steeds minder overtuiging. ‘Mijn loon was wel oké. Anders had ik dit huis nooit kunnen kopen, had ik niet kunnen terugkeren.’ Ze neemt nog een slok van haar thee. ‘Maar nu beleef ik een miserabel pensioen. In Patagonië is iedereen arm. Mijn man is boer, hij blijft werken. Door zijn groenten te verkopen, lukt het nog net om de eindjes aan elkaar te knopen.’

De gepensioneerde vrouw begint kortstondig te neuriën. ‘Ons volkslied begint met dulce patria, zoet vaderland’, verklaart ze de melodie. ‘Er is niks dulce aan ongelijkheid, armoede is niet zoet. Vanaf nu laten we ons niet meer doen door charlatans. Deze omwenteling is niet meer te stoppen.’

Lees de volledige reportage via MO*: https://www.mo.be/reportage/een-jaar-na-chili-s-oktoberrevolutie-de-hele-samenleving-keert-zich-tegen-de-regering